Het onderwijs moet …

OnderwijsCharlie Hebdo, een week later. Terwijl Parijs zijn wonden likt, discussieert heel Nederland nog over de heftige aanslagen en de terroristische dreiging die mogelijk ook Nederland kan bereiken. In menig televisie talkshow spreken prominente en minder prominente Nederlanders over wat onze maatschappij allemaal moet doen. Een van de punten die worden ingebracht: “Als docent moet je hier aandacht aanbesteden”.

Van meerdere kanten komt dit geluid ons tegemoet. Zowel van mensen van buiten de onderwijswereld als van uit de onderwijs, met als toongever Meester Bart. En dit stuit mij tegen de borst, hoe ernstig deze gebeurtenis ook is. Waarom dient het onderwijs altijd als het platform om elk maatschappelijk probleem te bespreken? Zijn de ouders en vrienden compleet passé, of moet ik zeggen, zoo 2014?

Begrijp me niet verkeerd, de daad in Parijs is een tragedie. Het zorgt voor haat, vingerwijzen en discriminatie. En ja, een klas is natuurlijk een minisamenleving waar over het algemeen van alles wat aanwezig is. Daarbij zijn zij de toekomst. Maar tegenwoordig lijkt de school eerder een buurthuis dan een onderwijsinstelling. Iemand vertelt zijn of haar verhaal over pestervaringen in de media en alle basisscholen en middelbare scholen krijgen lespakketten, een aanslag en iedereen roept direct dat de docenten hier aandacht aan moeten besteden.

Maar aan de andere kant worden de scholen op de vingers gekeken, want er is ook een programma dat afgewerkt moet worden, kinderen moeten zich ontwikkelen op creatief vlak en natuurlijk sporten onze kinderen nog niet genoeg, dus een lesje Lekker Fit in de week kan ook geen kwaad. Vervolgens zien we leerlingen lopen op school, compleet in beslag genomen door hun telefoon en zelfs ’s nachts kunnen ze het apparaat niet wegleggen. Is dat niet juist een probleem dat aangepakt moet worden? Verslaving?

O, en dan nog even dit: terwijl wij ons druk maken om de aanslag in Parijs, waar (hoe erg ook) 20 mensen omkwamen stierven er in Afrika honderden door Boko Haram, maar dat bericht heeft ons allen volgens mij gemist.

Hou nou eens op met veranderen.

“Ik hoop maar dat alle asbakken en andere loszittende attributen zijn opgeborgen”. Zo besluit mijn docent zijn relaas over de aankomende spoedvergadering met betrekking tot de nieuwe reorganisatieplannen van de UvA, gericht op de faculteit Geesteswetenschappen. Vorige week lekte er een document uit, ‘Profiel 2016’, waarin een mogelijk plan wordt gelanceerd over de bezuinigingen van deze faculteit. Dezelfde middag staat er al een artikel op de voorpagina van de NRC. De docent vertrekt, omdat de spoedzitting bijna begint.

Onderwijsland is momenteel in rep en roer. Op verschillende niveau’s zijn er verschuivingen en veranderingen. In het algemeen ontstaat er kritiek op de inspectie. Scholen zouden niets meer te vertellen hebben en alles moet zoals de inspectie het graag ziet. Meester Mark geeft hier nog wel het duidelijkste voorbeeld voor. Er moeten namelijk allerlei persoonlijke hulpplannen komen, er moeten groepsplannen gemaakt worden en elke teug adem moet geadministreerd worden. Maar dit ook uitvoeren, dat lukt niet.

Het middelbaar onderwijs krijgt opeens de vrijheid om zelf het onderwijs te indelen. Als gevolg van een wetswijziging worden er nu overal ‘transitieplannen’ gemaakt: Welke lestijden willen we? Wat bieden we extra? Waar staan we voor? Wat willen we qua passend onderwijs? Vergaderingen worden in het leven geroepen, omdat docenten op dinsdagmiddag toch nog een gaatje over hebben. Maar we moeten wel waken dat de werkdruk niet nog groter wordt!

Studenten zijn inmiddels hun basisbeurs kwijt, verschillende universiteiten moeten flink bezuinigingen, omdat er te lang te makkelijk is gedacht. Gevolg: kennis en expertise verdwijnt, doceren gebeurt weer in grotere groepen en iedereen moet alles in één keer halen. Alles onder het mom van ‘stel dat het allemaal nog meer geld kost!’. Natuurlijk moet er bezuinigd worden en dat gebeurd dan op alle gebieden. Maar is het nu niet eens tijd dat de regering een beleid gaat voeren waarin er over 10 a 15 nagenoeg niets veranderd. Misschien scheelt dat wel een hoop geld, krijg je een stabiel onderwijs waarin weer kennis wordt vergaard en kunnen we ons wellicht weer eens gaan meten met landen bovenaan de lijstjes.

We moeten de barricade op!

Ook Loesje wil uitdagend onderwijs!
Ook Loesje wil uitdagend onderwijs!

In een week waarin het buitenlandse nieuwe weer de boventoon voerde, met opnieuw een onthoofding van een journalist in Irak, was het op mijn werk een ander nieuwsbericht dat praatvoer was voor de pauze en tussenuren. Woensdag bracht het AD een nieuwe column naar buiten van de freelance verslaggever Mark van der Werf. Deze verslaggever was in 2011 van carriere geswitcht. Van vaste columnist bij het AD naar basisschoolmeester op een school in de Rotterdamse binnenstad. “Als leraar kan ik wat betekenen voor anderen”, zoals hij zijn keuze motiveerde.

Maar al gauw bleek de keuze verkeerd, want het papierwerk dat bij het basisonderwijs komt kijken vroeg meer tijd dan het onderwijzen van de kinderen. Te gek voor woorden natuurlijk. In een land waar een regering predikt om meer en meer een kenniseconomie te worden, is het onderwijs een consumenten product geworden, geleid door een inspectie. Leerkrachten op de basisschool moeten zorgen dat er individuele handelingsplannen en groepsplannen zijn die tot in de puntjes kloppen, maar de uitvoer komt er niet en niemand die dat controleert. Als er een toets gemaakt is moet per leerling per vraag de uitslag worden ingevoerd, om er vervolgens … niets mee te doen?

We zijn een maatschappij geworden waar wordt gekeken of een school een groen bolletje heeft, want anders is het geen  goede school. We kijken enkel nog naar cijfers. Kinderen van deze tijd lijden hier onder. Dat ondervond ik deze week in één van mijn brugklassen. Een jongen had een 5.0 gehaald voor zijn eerste SO. Deze SO telt niet mee voor het rapport, omdat wij als school vinden dat de nieuwe brugklassers moeten leren en wennen aan het voor hun nieuwe systeem. Deze over het algemeen vrolijke en wat drukkere jongen heb ik de hele les nauwelijks gehoord, enkel horen snikken. Tegen het einde van de les sprak ik hem voor de 2e keer aan waarom hij zo verdrietig was en gaf nu aan dat het de 5.0 was. Wat aandoenlijk, zul je wellicht denken, een jochie van 12 jaar die verdrietig is om een 5. Maar hij was niet zozeer verdrietig dat hij een 5 had, hij was bang dat hij bleef zitten en wat dan?

Nee, wij zijn niet goed bezig als land wat betreft het onderwijs. Wij moeten er weer naar toe dat de leerling zich kan ontplooien en zijn beste kwaliteiten kan gaan benutten. We moeten af van de ‘als maar hoger’ mentaliteit. Sommige leerlingen hebben een omweg nodig, dat is niet erg. Anderen die kunnen geen VWO, maar we hebben ook meer dan genoeg mensen nodig die een degelijke opleiding hebben genoten voor het vakmanschap van loodgieter, elektriciën of timmerman. Wij, docenten, leerlingen en burger van Nederland, wij moeten de barricade op en eisen dat er weer goed onderwijs komt. Want de jeugd is onze toekomst en als wij hen goed opleiden, dan ziet onze oudere dag er weer rooskleurig uit!