Oneerlijke wereldhandel

(Dit is een stuk dat ik moest schrijven voor mijn studie)

Wanneer je nu je trui of T-shirt uittrekt en kijkt waar die gemaakt is, is de kans groot dat er in het label staat dat deze gemaakt is in China. Kijk op de onderkant van het speelgoed van uw kind en ook daar staat waarschijnlijk China of een soort gelijk land. De appels en peren bij de groenteboer of in de supermarkt komen uit Spanje, Portugal of een anders Zuid-Europees land, de aardappels uit Nederland of Scandinavië en de druiven uit Frankrijk. Je auto komt hoogstwaarschijnlijk uit de VS, Duitsland of Japan en je meubilair is gemaakt ergens in de Balkan. Alle producten en objecten uit het dagelijks zijn en of worden geïmporteerd dan wel geëxporteerd. Je kunt op de wereldkaart afkruisen waar het allemaal vandaan komt en hoogstwaarschijnlijk staan de minste kruisen bij het continent Afrika. Hoe komt dat toch? In dit essay ga ik aantonen dat het falen van Afrika op het gebied van de wereldhandel tussen 1960-nu is ontstaan door het uitblijven van een free-trade system. Dit zal ik doen door allereerst het probleem over Afrika te schetsen, vervolgens de rol van Afrika te bespreken en als laatst het free-trade system behandelen.

Allereerst zal ik kort het probleem schetsen dat Warwick Murray in zijn boek schetst. In tabel 4.3 “The world’s twenty largest merchandise exporters and importers bij value(US$ millions), 2002” toont hij de 20 grootste landen op gebied van export en import zowel uitgedrukt in geld (US$ billions) als in procenten (%). Er vallen twee dingen op aan deze tabel. Allereerst staat er geen enkel Afrikaans land in. Er staan 10 Europese landen in bij “exporters” en 9 bij “importers”. Dit laat dus weer pijnlijk zien waar de grootmachten voornamelijk zitten. Het tweede opvallende gegeven is dat onder het kopje “exporters” deze 20 landen 75,8 % van de wereldexport in handen hebben. Dat is dus meer dan driekwart. Bij de “importers” is dit zelfs 76.8%. Deze tabel laat dus duidelijk zien dat er geen enkel Afrikaans land een rol speelt.

Ook map 4.1 “merchandise exports by country, 2003” geeft duidelijk zichtbaar aan dat er vrij weinig tot geen export is. Van de 53 onafhankelijke staten zijn maar 7 die tussen de 1 biljoen en 50 biljoen dollar aan export binnenkrijgen. De rest ligt hier onder of heeft geen eens een cirkel van de cirkeldiagram, wat betekent dat er in feite niks aan export binnenkomt of dat het niet noemenswaardig is.

Afrika, zoals ik al eerder beschreef, is economisch gezien het zwakste continent op aarde. Sinds 1960 is het overgrote gedeelte van de 53 onafhankelijke Afrikaanse staten vrij van koloniale overheersers. Het gevolg hiervan was dat de Afrikanen zelf hun economie en politiek konden invullen. Men zag de industrialisatie al komen. De uitkomst is als volgt: Afrika is arm en wordt alleen maar armer, er zijn veel machthebbers die alleen op eigen belang uit zijn, economisch gezien kan men zich nog net zelf in leven houden en er zijn veel bloederige burgeroorlogen geweest en van tijd tot tijd worden oude problemen weer opgeduikeld. Grant en Agnew betitelen het tussenkopje van dit gedeelte van hun essay ook wel als “The falling out these”. Hiermee wordt de achteruitgang, zou ik het willen noemen, van Afrika aangeduid sinds de onafhankelijkheid.

Een groot probleem waarmee je te maken hebt bij het onderzoek naar de rol van Afrika in de wereldhandel zijn de gegevens die er over bekend zijn. Grant en Agnew bespreken 3 methoden om deze te achterhalen. De eerste methode is door middel van historische interpretaties over de deelname aan externe interesse. Probleem hierbij is dat er te weinig adequate data bekend is. De tweede methode is door middel van veldonderzoek bewijs vinden van de Afrikaanse handel. Het probleem hierbij is dat dit lastig is voor heel Afrika te doen en wanneer je gaat generaliseren er een scheef beeld ontstaat. De laatste methode is het gebruik van officiële statistieken. Deze wordt door Grant en Agnew beschouwd als bruikbaar. Daar ben ik het niet mee eens. Het probleem van Afrika van de afgelopen 50 jaar is dat er totaal geen goed werkende bureaucratie was en nog steeds niet is. Hierdoor worden grote delen aan bruikbare data niet meer bewaard of zijn deze door de gewelddadige machtsgrepen verduisterd. Het gevolg is dus dat ook de ‘officiële data’ niet goed zijn in mijn ogen. Dit probleem, zo zeggen Grant en Agnew dan wel, is niet alleen door en in Afrika: “Even among the elite Group of Seven (hereafter G-7) countries (the world’s major national economies: the United States, Japan, Germany, France, Italy, the United Kingdom, and Canada), statistical underreporting is common.”

Aansluitend op dit kritiekpunt op de “Group of Seven” is het ontbreken van een free-trade handelssysteem. Het feit dat de export en import van Afrikaanse landen zo laag ligt is mede ontstaan doordat de rijke landen verschillende handelsquota hebben opgelegd. Deze handelquota zorgen voor een oneerlijke concurrentie op de wereldmarkt. Een bekend voorbeeld van een quota is de landbouwquota. “Westerse”-landen krijgen door middel van deze quota subsidie op de landbouw producten. Op deze manier kunnen de boeren uit deze landen hun producten tegen veel lagere prijzen op de wereldmarkt brengen. De subsidie betaalt de rest van wat de boer eigenlijk zou moeten vragen. Op deze manier is er geen ruimte voor arme boeren die ook hun landbouwproducten willen verkopen op de wereldmarkt.

Wat houdt dat een “free-trade” precies in? Het GATT, het General Agreement on Tariffs and Trade, was het eerste orgaan dat sprak over een wereldwijde free-trade zone. Ze hadden vier basis principes: “Non-discrimination, reciprocity, transparency en fairness”. Door middel van deze vier basisprincipes was het, volgens het GATT, mogelijk om een wereldomvattend eerlijk handelssysteem op te bouwen. Inmiddels is het GATT overgegaan in de WTO, “the World Trade Organization”, en is de principe van free-trade een hoeksteen geworden van het huidige economische paradigma.

Het grote probleem dat er nog steeds is, ondanks de WTO en de vier basisbeginselen van het GATT, dat de rijkere landen, zoals eerder genoemd, torenhoge directe en indirecte subsidies betalen aan de landbouwproducten die de wereldmarkt opgaan om daar verhandeld te worden naar zowel rijke als arme landen. Dit gebeurd uit zowel politieke, sociale en economische overwegingen. De bedoeling bij free-trade is dat dit soort barrières verdwijnen waardoor iedereen deel kan nemen aan handel. Murray weet heel overtuigend te brengen dat aan het einde van de 20e eeuw de tarieven op het laagste punt ooit waren en dat de barrières afgenomen waren. Toch zet ik hier mijn vraagtekens bij. Regelmatig komen er weer EU conferenties of WTO bijeenkomsten langs bij het nieuws waarbij het debat rondom een vrije wereldhandel op de agenda staat. Telkens weer blijkt het niet haalbaar de subsidies af te schaffen. Boeren protesteren hier fel tegen en niet eens onterecht. Ook zij moeten een boterham op de plank hebben. Wanneer de subsidies afgeschaft worden die al zo lang bestaan is het voor de boeren uit rijke landen onmogelijk om te gaan concurreren op de wereldmarkt vanwege de torenhoge productiekosten.

Rondom dit debat zijn er twee kampen: de voorstanders en tegenstanders van een vrij wereldhandelssysteem. Tegenstanders van een free-trade system zijn onder andere (vakbonden van) landbouwbedrijven uit rijke landen. Die zien door middel van een vrije wereldhandel hun inkomsten slinken en wellicht dat ze zelf failliet gaan door te hoge kosten die ontstaan door de eisen van regeringen in deze landen. Sceptici van het wereldhandelssysteem beweren dat het idee van een “free-trade system” gebrekkig is en enkel socio-economische- en milieukosten met zich meebrengt. Voorstanders baseren hun ideeën op de ideeën van de neoklassieken Adam Smith en David Ricardo. Zij gaan uit van een comparatief voordeel, vrij vertaald. Dit houdt niet veel meer in dan het hebben van lagere alternatieve kosten bij de productie van bepaalde kosten. Dan is een land in het voordeel, omdat zij zonder extra overheidsinbreng een product relatief goedkoper op de markt kan brengen. Bij het huidige systeem is er wel extra overheidsinbreng. Hierdoor kunnen landen die volgens het comparatief voordeel relatief lagere kosten hebben hun product alsnog niet op de markt brengen.

Zelf geef ik wel de voorkeur aan “free-trade”. Waarom zouden wij, Nederland als voorbeeld genomen, veel meer inkomsten mogen hebben uit handel in landbouw producten door een oneerlijke concurrentiepositie en een land uit Afrika zonder geld niet? De rijke landen geven veel geld uit aan ontwikkelingshulp, maar dat is veel te weinig om ook een bloeiende economie op poten te zetten. Pas wanneer je de arme landen zelf hun geld laat verdienen kunnen ze een bloeiende economie gaan opbouwen. Wij, de rijke naties op aarde, kunnen dit doen door subsidies af te schaffen, barrières te laten verdwijnen en onze grenzen open te stellen. Alleen op die manier ontstaat er een vrije handel en wordt het geld eerlijk(er) verdeeld over de verschillende naties op de aarde. Over de huidige toestand zou ik Murray willen citeren: “In reality, global trade is anything but free, and the system is highly skewed to benefit core economies which maintain high levels of protectionism while encouraging, and sometimes coercing, pooer nations to open up their economies”.

Nu moge duidelijk zijn geworden dat de toestand van Afrika tussen 1960 en nu en hun zeer beperkte invloed op de wereldmarkt gerelateerd kan worden aan het ontbreken van een vrije wereldhandel. Afrika kon in 1960 met een schone lei beginnen, onafhankelijk van kolonisatoren, op weg naar een bloeiende economie en periode van industrialisering en een eigen politiek systeem. Echter, door de armoede zijn er veel bloederige (burger)oorlogen geweest en door vele barrières en de subsidies van rijke landen, en dus het ontbreken van een vrij wereldhandelsysteem, is er nooit een bloeiende economie en een industrialisatie gekomen. Op de vraag of het ontbreken van een “free-trade system” heeft geleid tot falen van Afrika op het gebied van de wereldhandel, durf ik met een volmondig ‘ja’ te antwoorden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s